TITSINGH INSTITUUT

Titsingh Instituut

Biografie Titsingh

Publicaties

Onopgeloste vragen

Links

Contact

Biografie

{pix}
Leven

Isaac Titsingh werd in Amsterdam op zondag 10 januari 1745 geboren, als zoon van Albertus (1714-1790), Amsterdams chirurgijn en accoucheur van de Stadhouderlijke familie, en zijn tweede vrouw Catharina Bitter (?1722-1747); Titsingh overleed te Parijs op zondag 2 februari 1812, en werd begraven op Père-Lachaise, waar zijn grafsteen in goede conditie overleeft. Zijn zoon William (1790-?1842), bij Titsingh's Bengaalse maîtresse, werd gelegitimeerd in 1806. Titsingh ontving van zijn vader een verlichte opvoeding. Op 20 maart 1764 trad hij toe tot het Amsterdamse chirurgijnsgilde; hij behaalde zijn doctoraat in de Rechten aan de Leidse universiteit op 11 januari 1765 en verliet Europa met bestemming Azië op 18 juni 1765.

DejimaTitsingh was bijna 32 jaar lang in dienst van de VOC: 1766-1779, diverse administratieve functies in Batavia; 1779-1784, Opperhoofd te Dejima, Directeur van de Japan-handel, Ambassadeur bij de Shôgun in Edo [Tokyo] 1780, 1782; 1785-1792, Directeur van de VOC-handel in Bengalen; 1792-1794, Ordinaris Raad van Indië te Batavia. Hij bekroonde zijn loopbaan als Ambassadeur bij het Hof van Keizer Qianlong in Peking.

Titsingh keerde naar Europa terug op 11 december 1796 en leefde eerst in Londen en Bath 1796-1801. Hij keerde naar Amsterdam terug in juli 1801, en woonde vervolgens in Parijs tot zijn dood. Titsingh was lid van diverse genootschappen: het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (Haarlem), de Asiatic Society of Bengal (Calcutta); Titsingh was ook Fellow of the Royal Society en lid van de China Hunt Club (London).

Top-VOC-dienaar Titsingh was de enige echte filosoof die de VOC in dienst heeft gehad. Hij dankt deze kwalificatie aan zijn particuliere correspondentie, die, als een vroege vorm van Internet, de halve wereld omvatte, en waarin Titsingh zich uitlaat over zijn ontmoeting met de buitenwereld, over zijn menselijke en filosofische emoties. Titsingh had als koopman en diplomaat een briljante loopbaan, maar hij was onconventioneel in zijn afkeer van poeha, en door zijn hoogstaand wetenschappelijke geweten. Een voor Titsingh typerende uitspraak is: `Ik veragt het geld, wyl het myn weetlust niet kan voldoen'

In vergelijking met zijn andere collegae topdienaren was hij een polyglot door zijn kennis van Latijn, Frans, Engels, Duits, Japans, Chinees, en Portuguees. Hij correspondeerde met de belangrijkste oriëntalisten van zijn tijd. Maar in de marge van het openbare podium, gaf hij de voorkeur aan de rol van een vergeten wereldburger die is toegewijd aan zijn wetenschappelijke passie voor Japan, zijn drang om de Japanse beschaving te introduceren bij het geleerde Europese publiek.

Titsingh was tolk en intermediair op het terrein van cultuur-wetenschappelijke betrekkingen tussen Europa en Japan. De juiste pionier op het juiste moment. Zijn hoge officiële positie, zijn grote belezenheid en openheid voor niet-Europese beschavingen maakten indruk op hooggeplaatste en geletterde Japanners [Rangakusha, Hollandologen].

Dankzij deze invloedrijke connecties en zijn persoonlijkheid ontstond er meteen na zijn aankomst in Japan een intellectuele explosie tussen Titsingh en enige Japanners. Hem werden, als geen van zijn voorgangers en opvolgers, faciliteiten toegestaan die ongekend waren in het geïsoleerde Japan van de Tokugawa-dynastie. Titsingh kon materiaal over de Japanse beschaving in de breedste zin des woords verzamelen door bemiddeling van zijn Japanse vrienden. Zo ontstond de vroegste Europese wetenschappelijke Japan-collectie: boeken, handschriften, kaarten, plattegronden, prenten, munten, speciaal voor Titsingh gemaakte aftekeningen van de Japanse flora en fauna, en van etnografische themata. Het Cabinet Titsingh was eerst en vooral bedoeld als authentiek bronnenmateriaal voor zijn vernieuwende Beschryving van Japan. Titsingh zorgde langs informele kanalen voor import in Japan van Nederlandstalige boeken met Europese kennis op uiteenlopende gebieden. Hij leverde daarmee een bijdrage aan het lopend discours onder verlichte Japanse geesten over de heropening van Japan naar de buitenwereld.

Titsingh, een gedoopt protestants Christen, beschouwde Japan niet met de ogen van de zich superieur voelende Europeaan; Japanners keken niet naar Titsingh als `a monkey on a bike'. Hij was overtuigd dat de Japanners `have been already a civilized and enlightened nation at the time our modern empires were either unknown, or plunged in the utmost barbarism.'

Door zijn gelijkwaardig respect voor alle godsdiensten, overtreft Titsingh Voltaire's Traité sur la tolérance (1763). Titsingh's bibliotheek bevatte de Koran, de Bhagavat Guita, en verschillende werken van Confucius. Titsingh's leven en werk bewijzen opnieuw: alle kennis begint bij verwondering.

*

 

 

 

 

Copyright Frank Lequin 2004
Webmaster: Stephan van Ruitenbeek